Boekanalyse: Ségou, #2, van Maryse Condé

wp-1458238685348.jpgIk heb de afgelopen week ‘Segou’ van Maryse Condé verorberd. In de bus, in bed en op de bank thuis en bij mijn vrienden. Het boek en ik waren haast onafscheidelijk. De eerste hoofdstukken vond ik een beetje saai en te inleidend. Maar al gauw leefde ik op een deel van het Afrikaanse continent, tussen het zand en in de velle zon.

Het werd allemaal zo vertrouwd dat ik mij kon inleven in de situaties van de verhaalfiguren. Olubunmi, Ayisha, Awa, Diedone, maraboet en al hadj Omar zijn enkele namen en woorden die ik niet zo gauw zal vergeten.

Het centrale punt is voor mij de ondergang van een beschaving. Volkeren die langs en onder elkaar leefden, elkaar tot slaaf maakten en op elkaar neerkeken. Maar ook geweldige (en gewelddadige) helden waren. Als christen voelde ik mij solidair met de zoon die niet kon weerstaan om te knielen of buigen voor de grote boom bij de familiehuizing, waar de geesten van voorouders wonen.

Ik had geen idee dat de Islam zo van invloed was op die beschaving. Was het echt zo dat de Islam het continent had bereikt voordat de Europeanen met hun moordende evangelie aan wal kwamen? Dat vind ik haast ongelovelijk. Dat het wegvoeren van Afrikanen is begonnen kort nadat moslims hun eigen familieleden vermoordden omdat zij niet tot geloof kwamen, verbaast mij evenzeer. Maar dat punt terzijde.

De bewoners van Segou en omliggende streken, zelfs de hoogste politieke en geestelijke leiders konden maar niet begrijpen waarom de Europeanen hun grond kwamen inpikken. Om maar niet te sterven, legden velen zich erbij neer in ruil voor zogenaamde macht (die later toch aan diggelen werd geslagen), kruit en wapens om personen van hun eigen kleur, land en zelfs hetzelfde bloedlijn af te maken. Immers, zij waren onderlinge vijanden.

Is dat niet iets wat de nakomeling van de Afrikaan tot nog toe teisterd? Onderlinge strijd. Wisten de Afrikanen veel dat moslims en christenen hun als geheel zou platbranden om de natuurlijke hulpbronnen van hun woongebied over te nemen. Dan hadden ze elkaar als broeders omarmd. De Europeanen hadden hun het liefst met rust kunnen laten, om hun eigen vetes en eigen twisten met elkaar uit te vechten. Die waren immers niet zo destructief als het kruit en de kannonen van de blanken.

Nu, de blanken. Zij hebben eeuwen lang elkaar onderdrukt (koningschap en afdragen van levensmiddelen, belasting, lijfeigenen in de middeleeuwen) en uitgemoord. In de naam van religie en gierigheid (kapitalisme o.a). De toenmalige mogendheden voerden oorlog tegen elkaar om de sterkste. Land veroveren werd het eerstvolgende levensdoel (Imperialisme).  Hoe zij op het idee kwamen dat het goed was om buiten hun eigen grenzen te gaan (naar Afrika, Azie en Latijns Amerika) om daar de baas te spelen, is zo vreemd. Alle Europese landen waren het blijkbaar met elkaar eens dat wie het meeste land wist te veroveren en dit het beste kon verdedigen, de grootste baas was. Maar de Afrikanen waren niet bekend met dat afspraakje. They did not get the memo.

Wat ik ook zo raar vind, nadat ik het boek heb gelezen, is dat nakomelingen van Afrikanen in diaspora zich opstellen alsof de Islam en in mindere mate het christendom (naar eigen ervaring) iets puur Afrikaans is. Ik zie zwarte mannen met een keppel op het hoofd rondlopen en salam waleykum als groet gebruiken en aan ieder de het maar wilt horen of niet verkondigen dat dit het geloof van de voorouders is. Is de film Roots ook niet gebouwd rondom het uitgangspunt dat de Afrikaan moslim was (name giving ceremonie o.a.). De vraag is dan ook wel waar de vooroudervering van de Afrikanen vandaan kwam. Dat zie ik wel eerder als puur Afrikaans. Kijk bijvoorbeeld hoe de Joden de God van hun voorvaderen eren. Ik denk dat overlevering hier het sleutelwoord is.

Een ‘mooi’ ding wat ik heb kunnen overhouden is naamsverandering. Een voorbeeld hiervan is de naam ‘Kodjo’. Afrikanen die niet ‘bekeerd’ waren, hielden de Afrikaanse namen tot overzee. Zij die een ander geloof aannamen, gaven hun nakomelingen geen namen die Afrikaans waren, maar eerder bijbelse namen en die aan de naam van de profeet Mohammed verwant waren. Er is een voorvader van een familielid van mij die ‘Kodjo’ heette, deze was een voorouder vereerder en op die manier kan ik mij inbeelden dat in zijn directe omgeving, tenminste een voorouder vereerder van invloed moet zijn geweest.

De Surinaamse Kodjo moet ook de Afrikaanse gebruiken hebben op na gehouden. Die heeft zich met Mentor en Present (‘bekeerde’ namen) verzet tegen de blanke overheersing in Paramaribo. Zijn kameraden hadden weliswaar ‘bekeerde’ namen, maar hadden zich blijkbaar niet erbij neergelegd.

De verdeeldheid door afkomst in Afrika en de domme veronderstelling dat blanken superieur zijn, zijn de grondslag voor zoveel kwaad in de wereld. Hiertegenover staan eenheid en gelijkwardigheid. Of dit ooit de boventoon zal gaan voeren in de wereld, is betwijfelbaar. Zegt het woord van God immers niet dat de dagen kwader zullen worden? Ik kies wel ervoor om bij de minderheid te horen in deze: gelijkwaardigheid aan te hangen terwijl ik mijn unieke afkomst in eer houd, want dat maakt ons allemaal stuk voor stuk prachtige wezens en stelt ons in staat elkaar te respecteren.

Advertisements

Leave a Reply

Please log in using one of these methods to post your comment:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s